Mijn Kind

de blik daarheen richten
waar niemand ooit keek
niet overdag,
niet s'nachts.

mijn ogen moeten wennen
aan het kijken in het 'niets',
het donker, zonder licht.
ik kan in het donker leren zien,
het zelf oplichten,
bijschijnen.
dat is mijn opgave nu:
kijken waar niemand ooit mocht kijken
of keek.

het kind wat ons dan geschonken wordt,
het kind is wat ik dan kan vinden:
het kind, dat ook wij zijn,
dat ik ook nog ben
en bij mij heb.
ik kan mijn kind opnemen,
ontvangen,
tot mij nemen.



mijn verloren kind
weer een plaats geven.
mijn kind,
dat verwaarloosd was
of buitengesloten.
mijn kind,
dat pijn heeft en verdriet,
zich hopeloos voelt en gekwetst,
en boos is over zoveel.

het wil zich geborgen weten,
veilig en hoopvol,
daar kan ik voor zorgen,
dat het geboren kan worden,
opnieuw,
in mijn leven,
zodat ik aangesloten raak
bij de volheid,
de liefde van het leven.


Paul de Lange
perspectiefzien

 

 

 

-TERUG-